De wet die de Nationale Militie organiseert is die van 8 januari 1817. Deze wet werd achtereenvolgens gewijzigd of geïnterpreteerd door wetten op de volgende data 28 september 1818 (gepubliceerd in het officiële bulletin XIII, nr. 41) 27 april 1820 (gepubliceerd in het officiële bulletin XV, nr. 11) 21 december 1824 (gepubliceerd in het officiële bulletin XIX, nrs. 69 en 70) 26 december 1831 (gepubliceerd in het officiële bulletin IV, nr. 356) 04 juli 1832 (gepubliceerd in het officiële bulletin VI, nr. 504 28 maart 1835 (gepubliceerd in het officiële bulletin XXI, nr. 128) 11 juli 1835 (gepubliceerd in het officiële bulletin XXII, nr. 829) 09 april 1841 (gepubliceerd in het officiële bulletin XXIII, nr. 147) 08 ami 1847 (gepubliceerd in de Monitor van 13 mei) 18 juni 1849 (gepubliceerd in de Monitor van 19 juni) 15 april 1852 (gepubliceerd in de Monitor van 21 april) 08 juni 1853 (gepubliceerd in de Monitor van 10 juni) 15 juni 1853 (gepubliceerd in de Monitor van 17 juni) 05 juni 1856 (gepubliceerd in de Monitor van 10 juni) 04 oktober 1856 (gepubliceerd in de Monitor van 05 oktober) Onafhankelijk van het leger en de marine, zal er in het Koninkrijk der Nederlanden, in overeenstemming met artikel 206 van de Grondwet, een nationaal militiekorps zijn, waarvan de sterkte steeds zal zijn in de verhouding van één man voor elke honderd zielen van de totale bevolking van het Koninkrijk. Dit korps zal bestaan uit infanterie, artillerie, cavalerie en trein. De militie zal zoveel mogelijk uit vrijwilligers bestaan. Maken deel uit van de nationale militie met het oog op de loting (art 73) georganiseerd door de gouverneur. De loting begint uiterlijk op 1 maart van elk jaar. 5...




















