Overschrijving van een naturalisatieverzoek in het register van de burgerlijke stand
Naturalisatie is de handeling waarbij een vreemdeling wordt toegelaten om Belgisch staatsburger te worden en de rechten en voorrechten te genieten die aan deze titel verbonden zijn. Artikel 5 van de Grondwet bepaalt: "Naturalisatie wordt verleend door de wetgever. De grote naturalisatie alleen stelt vreemdelingen gelijk met Belgen voor de uitoefening van politieke rechten. Als gevolg van deze bepaling werd op 17 september 1835 een speciale wet aangenomen (Bulletin officiel. XII, nr. 647).
Artikel 1: De gewone naturalisatie verleent de vreemdeling alle burgerlijke en politieke rechten die verbonden zijn aan de Belgische status, met uitzondering van de politieke rechten voor de uitoefening waarvan de grondwet of de wetten een ruime naturalisatie vereisen.
Artikel 2: Grootse naturalisatie kan alleen worden toegekend voor eminente diensten bewezen aan de staat.
Artikel 3 De grote naturalisatie zal altijd het voorwerp uitmaken van een bijzondere bepaling, behalve in het geval voorzien in artikel 4. De toelating van meerdere vreemdelingen tot de gewone naturalisatie kan bij een enkele bepaling worden uitgesproken.
Artikel 4 De naturalisatie van een vader geeft zijn minderjarige kinderen recht op dezelfde voordelen, op voorwaarde dat zij binnen een jaar na het bereiken van de meerderjarigheid verklaren ten overstaan van het gemeentebestuur van de plaats waar zij hun woon- of verblijfplaats hebben, covereenkomstig artikel 10, dat het hun bedoeling is het voordeel van deze bepaling te genieten. Indien de kinderen en nakomelingen meerderjarig zijn, kunnen zij, in het geval dat de vader grootse naturalisatie verkrijgt, dezelfde gunst verkrijgen voor eminente diensten bewezen aan de Staat door hun vader.
Artikel 5 (1) : De gewone naturalisatie, behalve in het geval voorzien in het vorige artikel, wordt slechts toegekend aan diegenen die hun eenentwintigste jaar hebben beëindigd en vijf jaar in België hebben verbleven.
Artikel 6 Niemand wordt tot naturalisatie toegelaten tenzij hij of zij daar schriftelijk om heeft verzocht. Het verzoek moet zijn ondertekend door degene die het heeft ingediend of door zijn bijzondere en authentieke gemachtigde. In het laatste geval wordt de volmacht bij de aanvraag gevoegd.
Artikel 9 Binnen acht dagen na de koninklijke bekrachtiging van de in artikel 3 vermelde bepaling overhandigt de minister van Justitie aan de verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de naturalisatieakte.
Artikel 10 De invoerder, in het bezit van dit afschrift, verschijnt voor de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats en verklaart dat hij de hem verleende naturalisatie aanvaardt. Van deze verklaring wordt onmiddellijk aantekening gemaakt in een daartoe bestemd register.
Artikel 11 De door het voorgaande artikel voorgeschreven verklaring moet, op straffe van verval, worden afgelegd binnen twee maanden (4) na de datum van koninklijke goedkeuring.
Artikel 12 Het gemeentebestuur stuurt binnen acht dagen een naar behoren gewaarmerkt afschrift van de akte van aanvaarding naar de minister van Justitie.
Modelverklaring in te vullen door de aanvrager
in het jaar duizend achthonderd en ...., op de ... van de maand van ..., voor ons, Burgemeester en Wethouders van de gemeente ..., provincie ..., district ..., verschenen (naam en voornamen), geboren te ... op ..., zoon van ... en van ... (Indien de verschenen persoon zijn geboorteakte overlegt, dient het volgende te worden toegevoegd: Zoals blijkt uit de door de verschenen persoon overgelegde geboorteakte die hierbij is gevoegd. Hij heeft verklaard de voordelen te willen genieten van artikel 4 van de wet van 27 september 1835 op de naturalisatie<.
Na het lezen tekende de getuige met ons mee.
De aangever Het college van burgemeester en wethouders.
Verplichte voorziening door de lokale overheid
Binnen de eerste 10 maanden van januari van elk jaar moeten de gemeentebesturen de provinciegouverneur een lijst bezorgen van de personen die tijdens het voorbije jaar gebruik hebben gemaakt van de voordelen van het voornoemde artikel 4.
Bij het geven van haar mening over dit soort verzoeken moet het gemeentebestuur de middelen van bestaan van de indiener aangeven, het beroep of de bedrijfstak waarin hij of zij werkzaam is en welk voordeel het land zou hebben van zijn of haar naturalisatie; tot slot, of de indiener bereid zou zijn, als zijn of haar verzoek zou worden geaccepteerd, de registratierechten te betalen die zijn vastgesteld door de wet van 15 februari 1844.
© Yves Heraly 2019 alle rechten voorbehouden



